Gegevensverzameling
Dit gedeelte beschrijft hoe we de gegevens verzamelen die nodig zijn om de Life Cycle Impact te berekenen. Er zijn twee soorten gegevens nodig: directe emissies tijdens de rijfase, en indirecte emissies die verband houden met enerzijds de productie en distributie van de brandstof, en anderzijds de productie van voertuigen en batterijen.
Directe emissies zijn dus de uitlaatemissies. Deze zijn afkomstig van de officiële typegoedkeuringstests die een voertuig ondergaat voordat het op de Europese markt komt. De DIV van de FOD Mobiliteit bezorgt VITO regelmatig registratiegegevens van nieuwe en tweedehandsvoertuigen. Deze dataset wordt aangevuld met typegoedkeuringsemissiegegevens van de Nederlandse Rijksdienst voor Wegverkeer (RDW). De RDW verzamelt deze emissiegegevens voor alle in Europa verkrijgbare voertuigmodellen.
Sinds maart 2014 zijn niet alleen nieuwe voertuigen (die al bij de DIV zijn ingeschreven) opgenomen in de voertuigdatabase, maar ook gloednieuwe auto's. Dit zijn auto's die al kunnen worden besteld, maar nog niet zijn geregistreerd. Deze gegevens zijn afkomstig van Inmotiv, een leverancier van automobielgegevens. Voor deze specifieke groep auto's zijn de typegoedkeuringsgegevens nog niet beschikbaar, met uitzondering van CO2. Om een geschatte levenscyclusimpact te kunnen berekenen, gebruiken we gemiddelde waarden voor de ontbrekende gegevens, op basis van brandstoftype en euronorm. Zodra het voertuig is geregistreerd en de emissiegegevens bij de RDW kunnen worden opgevraagd, wordt de levenscyclusimpact opnieuw berekend.
Deze gemiddelde waarden op basis van brandstoftype en euronorm (3-6) worden ook gebruikt voor voertuigen waarvoor we niet over de benodigde gegevens beschikken om deze aan te kunnen vullen met RDW-typegoedkeuringsgegevens.
Dit zijn emissies die verband houden met de productie van het voertuig en de productie en distributie van de brandstof die het voertuig verbruikt. De hoeveelheid indirecte emissies is afhankelijk van het voertuiggewicht, de batterijcapaciteit, het brandstoftype en het brandstofverbruik van de wagen. Ook wordt rekening gehouden met het gehalte aan gerecycleerd materiaal in de auto.
Deze emissiewaarden zijn afkomstig van een databank voor levenscyclusinventarisatiegegevens, die indien nodig is aangepast aan de Belgische situatie. Deze aanpassing is relevant wanneer rekening wordt gehouden met de huidige en toekomstige elektriciteitsmix, de landen van herkomst van de batterijen die in EV's worden gebruikt, enz.
Van voertuigen van vóór 1/1/2002 zijn er weinig emissiegegevens uit de homologatietests beschikbaar. Daarom hebben we ervoor gekozen om voor de polluent-emissies van deze voertuigen te rekenen met aannames. Voor alle voertuigen van vóór 1 januari 1998 geldt dit zelfs ook voor het brandstofverbruik en CO2-uitstoot. Voor deze voertuigen rekenen we met aanvullende aannames voor het brandstofverbruik en de daarmee samenhangende CO2-emissies. De gewichtsgegevens zijn afkomstig van DIV inschrijvingsgegevens.
Wanneer de massa van het voertuig of de capaciteit van de batterij (in het geval van PHEV's of BEV's) ontbreekt, kan er geen Life Cycle Impact worden berekend.
Wanneer de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen (CO, HC, NOx en PM) ontbreekt, gebruiken we ofwel gemiddelde waarden (euro 3-6) ofwel standaardwaarden (pre-euro, euro 1 & 2).
Wanneer CO2 ontbreekt, gebruiken we standaardwaarden. Deze hangen af van het brandstoftype, de cylinderinhoud en de euronorm. Dit is vooral het geval voor oudere voertuigen.
Je kijkt best even naar het gelijkvormigheidsattest (of certificaat van overeenstemming) van je wagen. Voor de meeste wagens gebouwd na 2002 bevat dit document alle benodigde gegevens. Je kan die vervolgens gebruiken om zelf de Life Cycle Impact te berekenen met behulp van de rekenmodule. Bij elektrische en plug in hybride wagens heb je ook nog de 'bruto' batterijcapaciteit nodig (niet de 'bruikbare'). Let wel op dat je de gegevens in de juiste eenheden invult in de rekenmodule!
